Home Scheidsrechter Jan BlaauwScheidsrechter Jan Blaauw: Een zilveren mijlpaal maar nog lang niet uitgefloten.

Scheidsrechter Jan Blaauw: Een zilveren mijlpaal maar nog lang niet uitgefloten.

door Redactie VoetbalGelderland
0 reacties

Een zilveren mijlpaal maar nog lang niet uitgefloten.

Zondagmiddag, kwart voor één. De tas gepakt, de fluit gecontroleerd, sokken op de juiste hoogte en het weerbericht nog een keer gecheckt. Regen of zon – maakt eigenlijk niet uit. Als het zondag is, fluit ik. En dat doe ik inmiddels al zó lang, dat de KNVB het nodig vond om me een Zilveren Scheidsrechtersspeld op te spelden. Een echte onderscheiding, inclusief oorkonde, bloemen en een moment waarop ik even niet hoefde te fluiten maar gewoon mocht genieten. En ik moet eerlijk zeggen: het voelde bijzonder goed.

Het is gek om ineens even stil te staan bij wat je doet, terwijl je er normaal gesproken gewoon aan begint. Je trekt je tenue aan, stapt het veld op, fluit voor de aftrap en je bent weer thuis voor Studio Sport. Maar onder die wekelijkse routine zit toch een heel voetballeven verscholen. Niet meer als speler maar als man in het zwart (of tegenwoordig in het kanariegeel, blauw of roze).

Mijn carrière als scheidsrechter begon ooit op een zaterdag, met een jeugdwedstrijd. Maar al snel werd duidelijk dat mijn plek op zondag ligt, bij de senioren. De zondagmiddag is een genre op zich. Spelers die zichzelf tactisch superieur achten, coaches die óók nog ooit in het eerste hebben gespeeld (zeggen ze), en publiek dat nooit twijfelt aan hun eigen interpretatie van de spelregels. Het maakt het uitdagend, maar ook geweldig leuk als je er goed mee om weet te gaan.

En dan die eerste gele kaart. Dat moment blijft me voor altijd bij. Niet vanwege de overtreding – die ben ik allang vergeten – maar vanwege de bijnaam van de speler. Hij stond bekend als “Zeehond”. Dus daar stond ik dan, bloedserieus, in het midden van het veld: … Zeehond… geel!!!! Je begrijpt, de helft van het veld schoot in de lach. Ik ook. Maar goed, de toon was gezet. Het was mijn eerste kaart en een les: als scheidsrechter moet je soms streng zijn, maar ook kunnen relativeren. We hebben nog jaren samen met elkaar gevoetbald en als anekdote kwam het nog regelmatig terug.

In de jaren die volgden, heb ik heel wat meegemaakt. Wedstrijden in dichte mist waarbij je de grensrechter alleen kon horen, niet zien. Partijen waarbij je in de tweede helft ineens drie spelers extra op het veld telt (“Ze waren te laat, maar nu zijn ze er, scheids!”). Zondagvoetbal is een theater waarin ik elke week een nieuwe voorstelling mag begeleiden.

Het mooie is: elke wedstrijd is anders, maar de rol van scheidsrechter blijft verrassend veelzijdig. Je bent spelleider, vredestichter, psycholoog, kompas voor de emoties én klankbord voor iedereen met een mening. En geloof me: op zondagmiddag hebben veel mensen een mening. Soms terecht, vaak met een knipoog – en af en toe gewoon luid. Maar dat hoort erbij. Ik heb geleerd om het te waarderen en er soms zelfs mee te spelen. Want eerlijk is eerlijk: liever een tribune vol passie dan lege velden.

En dan is er natuurlijk de derde helft – een vast onderdeel van het zondagprogramma. Soms is die zelfs beter voorbereid dan de wedstrijd zelf. Een goede derde helft is goud waard. Daar worden de scherpe randjes van de middag gladgestreken, daar wordt gelachen, herbeleefd, en soms zelfs een balletje gehakt aangeboden aan de scheidsrechter. Niet altijd, natuurlijk. Maar als het gebeurt, smaakt het extra goed. De derde helft is ook het moment waarop je als scheidsrechter voelt dat je onderdeel bent van het grotere geheel. Niet als buitenstaander, maar als volwaardig onderdeel van het spel.

Toen ik onlangs de Zilveren Scheidsrechtersspeld kreeg, voelde dat dan ook als een kroon op iets dat ik met veel plezier en toewijding heb gedaan. Niet omdat het moest, maar omdat ik er iets voor terugkreeg. Want ondanks de roepende toeschouwers, de lastige buitenspelsituaties en de gladde moddervelden – ik zou het allemaal zo weer doen.

Het is ook geen afscheid. Integendeel. Ik zie deze onderscheiding niet als een punt, maar als een komma. Een tussenstation. Zolang ik de conditie heb, mijn fluit nog functioneert en ik na afloop nog genoeg energie heb voor een goed gesprek aan de bar, blijf ik doorgaan. Fluiten is geen hobby meer – het is een deel van wie ik ben geworden.

Wat ik vooral hoop, is dat er nieuwe scheidsrechters opstaan. Jonge mensen die snappen dat je vanaf het midden van het veld niet alleen het spel ziet, maar ook het beste van de sport: fair play, respect, en ja – ook het nodige spektakel. We hebben ze hard nodig, die nieuwe fluiters. En geloof me: de verhalen die je verzamelt, zijn het meer dan waard.

Dus ja, ik ben inmiddels een ‘Zilveren scheidsrechter’. Klinkt chique, en eerlijk is eerlijk – het staat niet verkeerd in de prijzenkast (oké, het kastje in de gang). Maar wat nog belangrijker is: ik ben op zondagmiddag nog steeds te vinden langs de lijnen. Met m’n tas, m’n fluit, een goed humeur en een gezonde portie zelfspot. En hopelijk, met nog veel mooie wedstrijden in het verschiet.

Aan iedereen die me in al die jaren heeft uitgelachen, aangemoedigd, uitgedaagd of bedankt – dank jullie wel. Zonder jullie was het lang niet zo leuk geweest. En natuurlijk: dank aan de KNVB voor de waardering. Het is fijn om te merken dat inzet wordt gezien.

Tot volgend seizoen!

Reageer op dit artikel

NIEUW: JeugdvoetbalUitslagen.nl! Bekijk hier de uitslagen!